Wat is ADHD?

Gepubliceerd op 4 oktober 2026 om 17:37

ADHD wordt vaak samengevat als moeite met concentreren, hyperactiviteit en impulsiviteit. Dat klopt, maar het vertelt maar een deel van het verhaal. ADHD (Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder) is een neurobiologische ontwikkelingsstoornis waarvan de kenmerken tijdens de ontwikkeling ontstaan en tot in de volwassenheid aanwezig kunnen blijven. ADHD is daarbij niet simpelweg een ‘tekort aan aandacht’, maar heeft onder andere te maken met de regulatie van aandacht en gedrag.

Hoe wordt ADHD herkend?

De DSM-5-TR verdeelt de officiële ADHD-symptomen over twee domeinen: onoplettendheid en hyperactiviteit/impulsiviteit.

Onoplettendheid kan zich bijvoorbeeld uiten in moeite met aandacht vasthouden, snel afgeleid raken, vergeetachtigheid, spullen kwijtraken en moeite met organiseren of taken afmaken.

Hyperactiviteit en impulsiviteit kunnen zich bijvoorbeeld uiten in rusteloosheid, moeite met stilzitten, veel praten, anderen onderbreken, moeite met wachten en impulsief handelen.

Op basis hiervan worden drie presentaties onderscheiden: overwegend onoplettend, overwegend hyperactief/impulsiefen gecombineerd. Deze presentaties kunnen gedurende het leven veranderen. ADHD ziet er dus niet bij iedereen hetzelfde uit.

Maar wat zit er achter die symptomen?

De DSM beschrijft vooral welke klachten en gedragingen bij ADHD voorkomen. Wetenschappelijk onderzoek kijkt daarnaast naar processen die mogelijk bijdragen aan deze symptomen, waaronder executieve functies, werkgeheugen, motivatie en beloningsverwerking en emotieregulatie.

Executieve functies zijn cognitieve processen waarmee we ons gedrag doelgericht aansturen, zoals inhibitie, planning en cognitieve flexibiliteit. Het werkgeheugen maakt het mogelijk om informatie tijdelijk vast te houden en tegelijkertijd te bewerken. Daarnaast wordt onderzocht hoe verschillen in motivatie en beloningsverwerking een rol kunnen spelen bij ADHD. Problemen met emotieregulatie worden eveneens vaak beschreven, hoewel deze geen kerncriterium zijn binnen de DSM-5-TR.

Niet iedereen met ADHD ervaart op al deze gebieden problemen. Er bestaat geen enkel cognitief profiel dat alle mensen met ADHD beschrijft.

Wanneer spreken we van ADHD?

Iedereen is weleens afgeleid, vergeet iets of stelt een taak uit. Bij ADHD gaat het om een aanhoudend patroon van symptomen dat het dagelijks functioneren belemmert. Volgens de DSM-5-TR moeten meerdere symptomen vóór het twaalfde levensjaar aanwezig zijn geweest, in minstens twee verschillende situaties voorkomen en duidelijk invloed hebben op het functioneren.

Het gaat dus niet alleen om de vraag ‘Herken ik dit?’, maar ook om hoe vaak het voorkomt, hoelang het al bestaat en hoeveel invloed het heeft op het dagelijks leven.

En bij vrouwen?

Meisjes en vrouwen waren historisch minder vertegenwoordigd in ADHD-onderzoek, terwijl het bekende beeld van ADHD lange tijd sterk verbonden was met opvallend hyperactief en impulsief gedrag.

Onderzoek laat zien dat meisjes met ADHD relatief vaker een onoplettende presentatie hebben dan jongens. Minder opvallende symptomen kunnen daardoor gemakkelijker worden gemist. Dit betekent niet dat er een aparte ‘vrouwelijke ADHD’ bestaat: vrouwen kunnen net zo goed hyperactieve en impulsieve symptomen ervaren.

De vraag is daarom niet alleen hoe ADHD zich bij vrouwen uit, maar ook hoe goed onze kennis en herkenning zijn afgestemd op vrouwen. Dat is precies waar NeuroHer verder in duikt.